Archief Submenu Home  /  Nieuws  /  Archief  /  Onvoldoende aandacht brandbaarheid meubels en aankleding
22 januari 2016

Onvoldoende aandacht brandbaarheid meubels en aankleding

Als nieuwe gebouwen worden ontworpen is tegenwoordig voldoende aandacht voor de brandveiligheid van constructies waarin mensen kunnen wonen, werken en verblijven. De gemeente controleert bouw­plannen via de bouw­ver­gunning en door inspecties op de bouw. Maar wat is de waarde van alle controle als er brandonveilige aankleding in het gebouw wordt gebracht door de gebruiker? Wat is er in Nederland op dit gebied geregeld?

Aandacht tijdens de gebruiksfase

Er is dus van oudsher veel aandacht voor brandveiligheid tijdens de bouw. De laatste jaren wordt bovendien veel aandacht besteed aan de controle van bouwkundige brandveiligheid in de gebruiksfase. Steeds vaker wordt geconstateerd dat brand en rookscheidingen ongeoorloofd worden onderbroken voor leiding, kabel en kanaaldoorvoeren. Er wordt steeds meer geldt ge﮶esteerd in het herstellen van bestaande brandscheidingen. Een compleet nieuwe branche is zo ontstaan, het vak van applicateurs.

En de inrichtingselementen dan?

Een goede zaak. Er is echter nog steeds weinig aandacht voor de brandveiligheid van materialen die het gebouw worden ingebracht nadat het gebouw er staat en vastgesteld is dat het gebouw aan de voorschriften voldoet. Zo blijkt ook uit onderstaande nieuwsbericht :

" Studentensociëteit Minerva tijdelijk dicht wegens ‘brandbaar feestje’ ....In het kader van de bestuurswisseling werd er niet alleen buiten maar ook binnen vuurwerk afgestoken en vlogen vervolgens gordijnen en meubels in brand met grote paniek tot gevolg. Er waren ruim 500 mensen aanwezig in het pand " bron: www sleutelstad.nl 20-9-2012

De vraag is aldus of de aandacht voor brandveiligheid op dit moment wel goed verdeeld is. Is het zo slecht geregeld? Wat zegt de regelgeving over de toepassing van inrichtingselementen?

Het Bouwbesluit over brandbare aankleding

In het bouwbesluit worden bouwtechnische voorschriften gegeven voor constructieonderdelen. Met introductie van Bouwbesluit 2012 zijn ook voorschriften opgenomen voor de aankleding van een ruimte. De voorschriften zijn niet nieuw, ze werden in het verleden in gemeentelijke gebruiksvoorschriften geregeld, maar zijn met de introductie van het nieuwe bouwbesluit landelijk uniform geworden.

Constructie - inventaris - aankleding

Het bouwbesluit maakt onderscheid tussen constructieonderdelen, aankleding, inventaris en «inrichtingselementen»

Met «aankleding» wordt gedoeld op gordijnen, vitrages, slingers en andere ornamenten in een ruimte, die niet worden gerekend tot de constructieonderdelen of tot de inventaris. Meubilair in een ruimte valt niet onder aankleding of constructieonderdelen maar onder inventaris . Het Bouwbesluit spreekt van inrichtingselementen in de zinsnede «stands, kramen, schappen, podia en andere inrichtingselementen». Dergelijke inrichtingselementen zijn evenals meubilair te beschouwen als «inventaris».

Aankleding en brandgevaar

In het Bouwbesluit is bepaald dat aankleding geen brandgevaar mag opleveren en in welke gevallen mag worden aangenomen dat er geen sprake is van brandgevaar. Brandgevaar is in ieder geval niet aanwezig wanneer:

a.de aankleding een ondergeschikte bijdrage aan het brandgevaar levert;
b.de aankleding onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064;
c.de aankleding voldoet aan brandklasse A1 als bedoeld in NEN-EN 13501-1;
d.de aankleding voldoet aan de eisen voor constructieonderdelen als bedoeld in afdeling 2.9
e.de navlamduur ten hoogste 15 seconden en de nagloeiduur ten hoogste 60 seconden is.


Het antwoord op de vraag wanneer aankleding een ondergeschikte bijdrage aan het brandgevaar levert is sterk afhankelijk van de omstandigheden. In het algemeen is een kerststukje op de tafeltjes in een restaurant geen probleem. Dat kerststukje kan wel een probleem worden als er in de nabijheid aankleding is waarnaar brand in het kerststukje eenvoudig kan overslaan. Het biedt de mogelijkheid om in een klaslokaal slingers of tekeningen op te hangen, zolang deze een ondergeschikte bijdrage aan het brandgevaar leveren. De brand mag zich dus niet als een lopend vuurtje door de ruimte kunnen verspreiden.

Extra eisen als veel mensen aanwezig

Als in een ruimte meer dan 50 personen verblijven of vluchten worden strengere eisen gesteld. Voor aankleding, die een beperkte navlam en nagloeiduur heeft, wordt niet zonder meer aangenomen dat er geen sprake van brandgevaar is. De maximale navlam- en nagloeiduur waarborgen de brandveiligheid onvoldoende bij aankleding (versiering) die lager hangt dan 2,5 m boven een gedeelte van een vloer waar zich mensen kunnen bevinden. Bij laag hangende versiering is een risico aanwezig dat deze in aanraking komt met open vuur van bijvoorbeeld in de hand gehouden brandende aanstekers, kaarsen, vuurwerk of sigaretten.

Met andere woorden: in een besloten ruimte voor het verblijven of vluchten van meer dan 50 personen wordt de aankleding als brandveilig beschouwd als deze aan een van de onderdelen a tot en met d genoemde voorwaarden voldoet.

Overheid informeert

Door de NVBR wordt in haar folder «Brandveiligheidsinfo 18: feestversiering het kan en moet veilig!» daarover praktische informatie gegeven. Deze folder kan worden gedownload via www.brandweer.nl. De recent ontwikkelde Nederlandse technische afspraak NTA 8007 «Brandgedrag versieringsmaterialen» bevat eveneens praktische informatie die nuttig kan zijn bij de toepassing van de in dit artikel gestelde eisen. Deze NTA is verkrijgbaar bij NEN (www.nen.nl).

Meubilair

Beklede meubelen, zoals zitbanken, fauteuils of zitkussens, bestaan meestal uit een schuimvulling, soms een tussenlaag (interliner) en daarover de meubelbekleding. De vulling bestaat vaak uit het zeer makkelijk ontvlambare polyeter- of polyurethaanschuim. Daarnaast komen ook schuimen voor (doorgaans bij de duurdere meubelen) die met brandvertragende stoffen zijn behandeld. Deze schuimen worden aangeduid met 'HR'. Een 'CMHR' ofwel Combustion Modified High Resilience schuim geeft aan dat de matras zelfdovend is. Schuimrubber (rubberlatex)brandt minder snel dan polyeterschuim maar is gevoeliger voor smeulende verbranding.

Een interliner bestaat uit moeilijk ontvlambaar materiaal. Deze tussenlaag dient ter bescherming van de vulling. De meubelbekleding kan uit allerlei soorten textiel bestaan. De meeste soorten bekleding zijn gemakkelijk ontvlambaar. Er wordt momenteel in Europa gewerkt aan keuringseisen voor brandveilig meubilair.

Vloerbedekking

Over het algemeen valt de brandbaarheid van vloerbedekking mee. Horizontale oppervlakken branden doorgaans minder snel dan verticale. Stukjes gloeiend hout, kool of sigarettenpeuken maken meestal alleen een brandplek.

Ook de brandbaarheid van katoenen vloerbedekking is niet groot. Weliswaar brandt katoen gemakkelijk, maar katoenen vloerbedekking is dicht geweven. Daardoor dringt lucht er heel moeilijk door.

Bij tapijten van polyamide (nylon), propyleen of acryl dooft het vuur niet onmiddellijk vanzelf, zeker niet als deze tapijten een lange pool hebben. Vuur kan zo heel lang doorsmeulen. Dat levert grote brandplekken op. Bevat het tapijt ook polypropyleen, dan vormen zich tijdens het branden hete smeltdruppels. Dit kan het ondertapijt of de onderliggende vloer aantasten.

Wollen vloerbedekking geeft meestal alleen een schroeivlek te zien.

Het brandgedrag van vloerbedekking wordt in Nederland aangegeven met de brandklassen T1 t/m T3. deze klassen worden toegekend wanneer de vloerbedekking voldoet aan de respectievelijke eisen die de Nederlandse norm stelt.

De betekenis van de klassen is als volgt:

T1 Hoogste klasse van brandveiligheid. De vloerbedekking is niet makkelijk ontvlambaar én het vuur zal zich niet snel uitbreiden in horizontale richting; geschikt voor toepassing in ruimtes met een verhoogd brandrisico.

T2 Niet makkelijk ontvlambaar. Geschikt voor toepassing in de woning met een iets hoger brandrisico, bijvoorbeeld waar gerookt wordt, of met een open haard. Het geeft aan dat de vloerbedekking niet gemakkelijk vlam vat bij ontsteking door een kleine ontstekingsbron, zoals een brandende sigaret of een brandende lucifer.

T3 Lichtste klasse van brandveiligheid. Niet makkelijk ontvlambaar, maar getest volgens een minder zware test dan T2 vloerbedekking. Geschikt voor toepassing in de woning.

Een vloerbedekking die voldoet aan klasse T2 of T3 herkent u aan een P.I.T.-vlamsymbool op het etiket (P.I.T. staat voor Product Informatie Tapijten). Dit symbool betekent dus dat de vloerbedekking een vlam niet onderhoudt of verspreidt, en dus niet bijdraagt aan het ontstaan van brand, mits ontstaan door een kleine ontstekingsbron: sigaret, vonk, lucifer.

Beddengoed

Lakens, slopen en dekbedhoezen bestaan meestal uit katoen, soms uit flanel, badstof of synthetisch materiaal. Dit zijn allemaal gemakkelijk ontvlambare soorten textiel. De zwaardere soorten katoen zijn minder gemakkelijk ontvlambaar dan de zeer licht geweven (zogenaamde India-katoen).

Dekens bestaan uit wol, katoen, acryl of samengestelde weefsels. Met name de acryl dekens zijn
zeer licht ontvlambaar. Het veiligst zijn dicht geweven wollen of katoenen dekens.

Dekbedden hebben een vulling van synthetisch materiaal zoals (holle) polyestervezels (makkelijk ontvlambaar) of dons, veren (moeilijk ontvlambaar). De vulling zit in een dicht geweven synthetische of katoenen tijk (hoes). De synthetische tijk kan bestaan uit allerlei mengsels: polyester/katoen. Het brandgedrag is onvoorspelbaar; in de regel zijn ze alle gemakkelijk ontvlambaar en ontwikkelen ze zeer giftige rook.

Matrassen bestaan uit een vulling waarvoor het zelfde geldt als voor vullingen van bekleed meubilair. De vulling is soms afgedekt met een brandwerende tussenlaag (interliner).

Daaromheen zit de tijk. Deze kan gemaakt zijn van verschillende soorten textiel, zoals waterdicht nylon (polyamide), zware kwaliteit katoen/viscose, of pvc (polyvinylchloride.